|
De vroege ontwikkeling
Na de Eerste Wereldoorlog werd via het Verdrag van Versailles bepaald dat Duitsland geen wapens in eigen land mocht fabriceren. Om deze regel te omzeilen stuurde Krupp tussen 1920 en 1930 haar technici naar Bofors in Zweden. Toen Hitler in in 1933 de macht kreeg, kwamen de Krupp mensen terug naar Duitsland met ontwerpen voor een 88mm luchtafweerkanon. Het meest opvallende aan het geschut was de kanonsloop dat uit verschillende segmenten bestond. Hierdoor konden beschadigde onderdelen eenvoudiger vervangen worden. Plus, de loop kon zonder al te veel speciale machines in grote aantallen geproduceerd worden.
Met enkele aanpassingen kreeg het eerste productiekanon de aanduiding 88mm Flak 36, waarbij ‘Flak’ stond voor FlugzeugAbwehrKanone. Al snel werden verbeteringen aangebracht waardoor het model 37 ontstond.
Een 88mm Flak 18 in het museum 'Bevrijdende Vleugels', Best (foto; T. van Geldrop)
Een goed geoefende bemanning kon binnen een minuut 15 granaten van 9 kilo afschieten, tot een hoogte van 12 km. Tot het einde van de oorlog bleven de Flak 36/37 en de Flak 18 variant de basis van het Duitse luchtafweer.
88mm Flak in Spanje
In 1935, tijdens de Spaanse Burgeroorlog, stuurde de Luftwaffe een Kondorlegieon om ervaringen op te doen met nieuwe uitrustingen en moderne tactiek-theorieën om Franco te steunen. In Spanje werden zodoende ook 88mm Flak 18, met een gestroomlijnder loop, ingezet. Hier kwam men er ook achter dat het kanon niet alleen een uitstekend luchtafweergeschut was, maar ook op gronddoelen een verwoestend effect had. Er werd opdracht gegeven speciale richtapparatuur en anti-tank munitie te ontwikkelen voor de 88m Flak. Maar in principe was het bedacht als extra steun mocht dit nodig zijn, want het anti-tankkanon, de 50mm PAK 38 was in voldoende aantallen beschikbaar.
Een 50mm PAK 38
Vooral in het begin van de Tweede Wereldoorlog was de PAK 38 met een pantserdoorborend vermogen van 96 mm op 1000 meter voldoende tegen iedere Britse tank.
Maar het 88mm Flak kanon droeg ook bij aan de verovering van het westen van Europa. Tijdens een desperate uitbraakpoging van 74 Britse tanks, op 21 mei, 1940 nabij Arras, bleek het 35mm antitankgeschut van de Duitsers ontoereikend, maar met hulp van een 105mm artillerie eenheid en 88mm kanonnen werd de aanval gestopt. Niet alleen voertuigen waren het doelwit voor de 88mm, maar ook vaste doelen als bunkers en kazematten. Vanaf korte afstand werden sommige forten van de Maginot Linie bestookt.
Een 88mm Flak 18 beschiet de Maginot Linie
88mm Flak in Afrika
Tijdens de woestijnoorlog in 1941 stonden de anti-tankkanonnen over een grote afstand verspreid. Om de grote ruimtes op te vullen stonden 24 88mm Flak kanonnen van de Luftwaffe ter beschikking om een eventuele dreiging vanaf grote afstand het hoofd te kunnen bieden. Vanwege het hoge profiel, door de twee meter hoge pantserplaat, was het kanon een kwetsbaar doel. Ter bescherming moest de 88mm ingegraven worden of vanachter een aarden wal in stelling staan.
Een 88mm in bedrijf in Noord-Afrika
Voor het eerst schoten de 88mm’s in Noord-Afrika op gronddoelen tijdens de verdediging van Halfaya. Een Britse tank, die een bepantsering had van maximaal 80 mm in 1941, was op een afstand van 2200 meter een makkelijke prooi, zelfs nog onder een hoek van 30°. Over de ruim 2 km was de doorboring nog tot 90 mm. Op een afstand van 1100 meter kon de 88mm door 108 mm staal boren waarna een kleine springlading tot ontploffing dood en verderf zaaide aan de binnenzijde van de tank.
Richtapparatuur van een 88mm Flak 36, Omaha Beach Museum
Vanwege het luchtafweeroverwicht van de Luftwaffe waren er voldoende 88mm’s beschikbaar om ze uit te lenen voor anti-tank taken. In het veld werden de luchtafweeruitrustingen eraf gesloopt en aangepast tegen gronddoelen.
Door het succes als anti-tank kanon in Afrika, werd het Afrikakorps verder uitgerust met het 88mm kanon. Tijdens de slag om Alamein had het korps de beschikking over 86 stuks.
Toen in de Russische veldtocht de Duitse troepen opeens tegen de T-34 tank kwamen te staan, bleek veel anti-tank geschut ontoereikend. Zelfs het 50mm PAK 38 kanon stond soms machteloos. Alleen munitie met een wolframkern had de juiste pantserdoorboring. Helaas voor Duitsland was dit materiaal moeilijk te verkrijgen, zodat wederom een beroep werd gedaan op Krupp om een 75mm kanon te produceren en ook een speciaal voor dat doel, anti-tank, een 88mm kanon te ontwikkelen. Dit zou de PAK 43 opleveren. Het voordeel van dit kanon was de mogelijkheid om vanaf de wielen te kunnen schieten. Bij de 88mm Flak moest het kanon altijd op zijn kruisvormig platform uitgeladen worden. Ook was het profiel van de PAK 43 teruggebracht naar slechts 1.50 meter hoog.
Een 88mm PAK 43/41, Omaha Beach Museum
Men dacht de prestaties te verbeteren door een grotere kamer en een grotere patroon te gebruiken. Maar tijdens de productie stuitte men op problemen en moest het onderstel aangepast worden. Het kanon, de 88mm PAK 43/41 werd een onhandelbaar en lomp apparaat in de Russische modder. Maar de PAK 43/41 was een formidabel wapen met een doorboring van 168 mm vanaf 1100 meter onder een hoek van 30°. Ook vanaf een afstand van 3300 meter was het kanon krachtiger dan de oorspronkelijke 88mm Flak op 1100 meter! Ondanks dat het een onhandig kanon in het veld was om mee te manoeuvreren, was het meer dan dodelijk vanaf 160 tot 3300 meter. Er werden in Rusland zelfs vanaf 3900 meter zes T-34 tanks uitgeschakeld. De 23 kilo zware granaat had één vervelende bijkomstigheid, na ieder schoot bleef een zware rookwolk hangen die, bij windstil weer, het volgende schot het uitzicht vaak belemmerde.
In alle soorten, maar één maat, 88mm
In de loop van de oorlog werd het 88mm PAK 43 kanon ook in Duitse tanks aangebracht, zoals bijvoorbeeld de Jagdpanther. Was het kanon in eerste instantie ontwikkeld als verdedigingswapen, in de tanks werd het nu een bewegelijk aanvalskanon. Maar de geallieerden hadden niet stil gezeten en hadden de bepantsering opgevoerd van hun tanks en hadden betere anti-tank kanonnen tot hun beschikking in de vorm van de Britse 17-ponder en de Amerikaanse 90mm. Maar de 88mm bleef tot het einde van de oorlog het afschrikwekkende wapen voor de geallieerde tankbemanning. Vooral tijdens de strijd in Normandië hield het 88mm kanon vreselijk huis. Tijdens ‘Operation Goodwood’ op 18 juli, 1944, werden 220 Britse tanks uitgeschakeld, waar het 88mm kanon vooral verantwoordelijk was.
Een bewaard gebleven 88mm Flak 36 op zijn wielen
Maar waar het ooit voor gebouwd was, luchtafweer, daar bleef het in de eerste lijn van Flakgebruik. Hoe verder de oorlog vorderde des te doeltreffender werd het afweergeschut, mede dankzij de radar. In 1942 vormden 15.000 88mm kanonnen de basis van het Duitse afweergeschut. In 1944 vielen 3501 Amerikaanse vliegtuigen ten prooi aan het Duitse afweergeschut in alle vormen, en Duitse jagers schoten nog zo’n 600 neer. Tijdens een aanval op Merseburg in november 1944 werden 56 B-17’s vernietigd of zwaar beschadigd door Flak alleen.
Een 88mm Flak 18 bij het 'Blockhaus' museum, Bretagne
Na de oorlog vonden veel oude 88mm Flak kanonnen hun weg in Oost-Europese landen om hun luchtafweer op te bouwen. Sommige kanonnen bleven nog tot het begin van de jaren zestig operationeel voor ze vervangen werden door Russische luchtdoelraketten.
Onderaan ziet u een afbeelding van de onderscheiding die een succesvolle Duitse Flak bemanning kon verdienen. Voor ieder succesvol neergeschoten vijandelijk toestel werden punten uitgedeeld. Had de bewuste bemanning 16 punten gescoord, dan werd de medaille uitgereikt. Centraal voerde de medaille het 88 mm Flak kanon.
De onderscheiding voor een succesvolle Flak bemanning
|